Marloes Rauws, Renca van Geel, Nathan Willemsen, Kathelijne van Doorn en Agnes Jonkman

Sociaal pedagogische hulpverlening -  Hogeschool Rotterdam

Minor Agoog in de GGZ - 2016

Hieronder treft u de belangrijkste punten aan die leerlingen, (ex)cliënten, en zorgprofessionals hebben aangegeven als richtlijnen voor docenten. Het uitgebreide verslag is eveneens in te zien.
  
Do’s
  1. Het lijkt heel voor de hand liggend, maar het is belangrijk dat het nogmaals gezegd wordt; ga met de leerling in gesprek!
  2. Zorg dat je een uitnodigende houding aanneemt; sommige leerlingen voelen zichzelf snel tot last en zullen niet uit zichzelf naar jou toe komen.
  3. Praat juist ook over leuke dingen buiten school, zoals bijvoorbeeld hobby’s of huisdieren.
  4. Wees zelf als docent ook open naar de leerling toe; vertel over eigen ervaringen of ideeën.
  5. Toon oprechte interesse; een leerling voelt het al gauw als de interesse niet oprecht is, en zal dan ook niet gauw over problemen durven praten.
  6. Durf toe te geven als je iets lastig vindt of iets niet begrijpt, durf vragen te stellen; zo voelt de leerling zich ook serieus genomen.
  7. Verdiep je in de problemen die opkomen in gesprekken, zo verkrijg je meer inzicht in wat jouw leerling bezighoudt.
  8. Overleg met de leerling voordat je acties wilt gaan ondernemen.
  9. Zorg dat de gesprekken over het algemeen een positieve strekking hebben, blijf niet hangen in negativiteit.
  10. Vraag de leerling waar hij of zij het over wilt hebben, probeer de regie bij de leerling te laten.

Don’ts

  1. Als de leerling iets in vertrouwen heeft verteld, deel dit dan niet meteen met de klas, andere leraren of de ouders. Bespreek dit eerst met de leerling. Geef aan dat wanneer er een (levens-)gevaarlijke situatie optreed je genoodzaakt bent dit eventueel wel te delen.
  2. Bagatelliseer de problemen niet. Onschuldig uitziende gedragingen kunnen uitmonden tot grote psychische problemen en/of gezondheidsproblemen. Neem de problemen dus serieus, hoe klein ze ook lijken.
  3. Vermijd moeilijke onderwerpen niet omdat je je onbekwaam voelt. Wees eerlijk over onwetendheid.
  4. Laat de leerling geen beloften maken die niet waar gemaakt kunnen worden. Dit kan leiden tot een negatiever zelfbeeld.
  5. Praat niet alleen over het eetgedrag of cijfers, maar ook juist over andere dingen zoals hobby's, de thuissituatie, hoe het gaat en of ze het leuk vinden in de klas en op school.
  6. Neem geen acties zonder de leerling geïnformeerd te hebben of voordat er overleg heeft plaatsgevonden.
  7. Onderschat jouw belangrijke taak als ondersteunende factor aan een leerling niet. Jij als docent kan een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van een leerling bij zijn of haar problemen.