Preventieprogramma's: effect?
 
Het Nederlands Jeugd Instituut heeft een document gepubliceerd waarin onderzoeken over de preventie van eetstoornissen zijn samengevat. Concluderend kan gesteld worden dat de grootste effecten behaald worden
met preventieve programma’s specifiek gericht op groepen met een hoog-risico, namelijk meisjes ouder dan 15 jaar
die bijvoorbeeld een negatieve lichaamsbeleving hebben en extreem lijngedrag vertonen dan wel kenmerken hebben
van een beginnende eetstoornis. Daarnaast werken interventies beter als zij worden uitgevoerd door getrainde professionals, een interactieve benadering hanteren, bestaan uit meerdere sessies en naast het verhogen van kennis ook werken aan het veranderen van attitudes en gedrag door middel van discussies en oefeningen
 
Voor deze uitkomsten zijn een aantal verklaringen (Stice, 2007; Landelijke Stuurgroep Multidisciplinaire richtlijnontwikkeling GGZ, 2006):
 
Een selectieve risicogroep met een hoog risico op het ontwikkelen van een eetstoornis is niet alleen meer gemotiveerd om mee te doen, maar daarbij is ook meer winst te behalen in vergelijking met een algemene groep jongeren waarvan verreweg het merendeel geen risico loopt op het ontwikkelen van een eetstoornis.
 
Meisjes hebben een veel groter risico op het internaliseren van het slankheidsideaal, het ontwikkelen van een
negatieve lichaamsbeleving en lijngedrag, en zodoende op het ontwikkelen van een eetstoornis dan jongens, zodat bij hen veel meer effect te behalen is dan bij jongens.
Meisjes ouder dan 15 jaar zijn meer bezig met lijnen en gewicht, zij ontwikkelen vaker een eetstoornis.
 
Bij interactieve programma’s worden leerlingen veel actiever en persoonlijker aangesproken dan bij een lesprogramma dat gericht is op passieve vormen van kennisopname. Bovendien moeten leerlingen door discussie, opdrachten en rollenspel, oefenen in het uitvoeren van nieuw gedrag en het expliciteren van hun attitude.
 
Getrainde professionals worden gericht opgeleid en begeleid op het terrein van preventie van eetstoornissen. Programma uitvoering is hun hoofdtaak waardoor ze de tijd hebben om zich de stof eigen te maken en hun vaardigheden voor het begeleiden van groepen te verbeteren. Daarentegen hebben bijvoorbeeld leerkrachten ook andere taken en verantwoordelijkheden en hebben mindertijd om zich op het terrein van eetstoornissen te specialiseren.