Blog 20 'Tranen mogen niet de stapstenen worden van jouw leven'

Het herstel begint eigenlijk pas wanneer je weer op eigen benen komt te staan en weer deelneemt in het dagelijks leven. Dit is een geheel andere realiteit, een geheel ander universum dan de veilige omgeving in een ziekenhuis, kliniek of in jouw eigen huis. Dit is geen veilige en geborgen omgeving, maar alles gaat hier jachtig en gehaast. Er is minder ruimte voor empathie en mededogen. Zeker voor mensen die net weer de kracht hebben hervonden om het leven weer met beide handen te grijpen, kan het de volgende heftige strijd opleveren.

 

Doordat jij zolang in jouw eigen veilige wereld hebt geleefd, heb je het gevoel dat je deze heftige realiteit bijna niet kan bijbenen. Je weet niet precies meer hoe je je moet gedragen en wat mensen allemaal van jou verwachten. Je bent doodsbang om opnieuw dezelfde fouten te maken als eerst.

Ik heb bijna vier jaar in ziekenhuizen en klinieken geleefd. Toen ik net 20 jaar was geworden en weer op eigen benen kwam te staan, besefte ik pas wat ik allemaal had gemist. Ik had verwacht dat het weer rozengeur en maneschijn zou zijn, maar het was verre van dat. Ik was vergeten hoe het leven verliep buiten de kliniek en hoe mensen buiten de klinieken tegen elkaar waren. Ik stond aan de grond genageld van angst. Ik wist niet meer wat normaal was en ik voelde mij verre van normaal...

Toch besloot ik mij niet te laten kennen. Ik besloot een opleiding te gaan volgen dat ik altijd al wilde doen en wat het tegenovergestelde was van de verwachtingspatronen van mijn familie. Ik was hoogopgeleid, had zojuist mijn VWO afgerond nadat ik de kliniek had verlaten, en mijn familie verwachtte dan ook dat ik op de universiteit zou gaan studeren. Maar niets was minder waar...
Ik wilde niet meer het leven van andere mensen leiden en continu aan hun wensen voldoen. Ik wilde naar MIJZELF terugkeren, naar de persoon die ik vroeger was.

Omdat ik een echte dierenliefhebber ben, besloot ik de studie MBO paraveterinair dierenartsassistente te doen, en later de studie HBO Diermanagement. Ik wilde graag rust in mijn leven creëren na zo'n heftige tijd en het in de praktijk werken met zowel mens als dier voldeed aan al mijn eisen. Ik genoot van de studie, elke ochtend stond ik met blijdschap naast mijn bed, en tijdens de theorie- en praktijklessen keek ik mijn ogen uit.

Hoe anders waren sommige leeftijdsgenoten die vaak ongeïnteresseerd oogden en geen zin hadden om te leren. Ik kon hen niet begrijpen, want deze studie was alles wat ik wilde, alles wat ik had en wat mij gelukkig maakte. Na schooltijd ging ik terug naar mijn studentenhuisje, waar ik mijzelf had gesetteld, omdat mijn ouders te ver van mijn studie vandaan woonden.

Na schooltijd zat ik vaak zenuwachtig op mijn kamer. Ik vond het moeilijk om met mijn leeftijdsgenoten om te gaan, omdat ik het niet gewend was met mensen om te gaan bij wie geen "kink in de kabel" was ontstaan. Ik voelde me altijd erg op mijn gemak met mijn leeftijdsgenoten uit de kliniek omdat wij allemaal dezelfde problematiek hadden en elkaar altijd steunden. Ik durfde niemand in mijn studentenhuis te vertellen dat ik nog maar een paar maanden geleden een kliniek was uitgewandeld.

De angst dat het pesten opnieuw zou beginnen, deed mij zwijgen en hierdoor worstelde ik met alledaagse dingen. Als mijn huisgenoten vroegen of ik samen met hen wilde eten, zei ik nee. Ik durfde gewoonweg nog niet, ik kon de controle over mijn eigen voeding nog niet loslaten en hield me strak aan mijn dieetschema. De druk die de diëtiste en mijn familie op mij hadden gezet en de dreiging van het terug moeten naar de kliniek als ik gewicht zou verliezen, liet mij mijzelf krampachtig vastklampen aan mijn voorgeschreven dieet.

In mijn studentenhuis werd ik ook onder vuur genomen door vragen als "daten met jongens", "seks" en "uitgaan", waar ik weinig tot niets van wist. Ik loog hier altijd over en vertelde altijd iets wat ik een ander meisje hierover had horen zeggen. Ik durfde niet te zeggen dat ik nog zo groen als gras was.

Naarmate de tijd vorderde, durfde ik steeds meer en kopieerde het gedrag van mijn leeftijdgenootjes op school en in mijn studentenhuis. Ik begon mee te doen met drankspelletjes, ging mee op stap en ik deed dingen waar ik eigenlijk een afkeer van had. Door mijn eigen onzekerheid en door mijn angst om gepest te worden, durfde ik geen "nee" te zeggen en werd ik een mikpunt van jongens die voelsprieten hadden voor jonge onzekere vrouwen. Iedere keer trapte ik er opnieuw in, iedere keer koesterde ik hoop dat het goed zou komen en iedere keer raakte ik opnieuw teleurgesteld.

Op den duur praatte ik mijzelf een onverschillige houding aan. Ik prentte mezelf in dat men mijn lichaam mocht hebben, maar men mijn ziel nooit zou bezitten. Hoe anders werkte dit in de praktijk voor mij. Vaak zat ik huilend op mijn kamer, van wanhoop en verdriet. Ik begon weer een afkeer voor mijn lichaam te ontwikkelen, maar mijn studie hield mij levend, zo ook mijn vrienden en vriendinnen die ik tijdens de studie had ontmoet. Ik wilde graag een lief vriendje die er voor mij was en bij wie ik mijzelf kon zijn. Iemand die mij accepteerde zoals ik was en mij mooi vond om wie ik was. Maar iedere keer trok ik de verkeerde mensen aan.

Ik ontmoette mijn ex toen ik mijn studie HBO Diermanagement volgde, en dacht dat mijn wereld in één zou storten. In eerste instantie was hij een echte heer, een gentleman. Hij overstelpte mij met lieve brieven en attente cadeautjes. 's Avonds stak hij de kaarsjes aan en terwijl hij mijn handen vast had, vertelde hij dat ik zijn droomvrouw was. Ik wist niet wat mij overkwam en stond met mijn mond vol tanden. Ik had elke keer tranen in mijn ogen van geluk, want ik dacht dat dit nooit voor mij was weggelegd.

Helaas was dit ook niet voor mij weggelegd. Na een half jaar werd zijn gedrag jegens mij steeds gewelddadiger, steeds agressiever. Hij was ziekelijk van jaloezie als ik met een andere man praatte. Hij controleerde mijn telefoon en mijn computer. Hij wilde overal met mij mee naar toe en vertrouwde het niet als ik naar mijn school of werk ging waar andere mannen waren. Het liefst wilde hij dat ik elke dag thuis was zodat hij mij in de gaten kon houden.

Zo ook moest ik mijn kleding aanpassen als ik naar buiten ging. Ik mocht geen jurkjes, rokjes of een doorzichtige panty aan als ik alleen naar buiten ging. Thuis was dit een ander verhaal. Ik werd ontzettend bang voor hem, en door middel van emotionele chantage durfde ik hem niet te verlaten. Uiteindelijk mondde dit uit in huiselijk geweld, en zat ik met een blauw oog en een beurse kaak op mijn werk.

Na twee miskramen, waarschijnlijk veroorzaakt door het geweld en de hoeveelheid stress die ik toentertijd ondervond, besloot ik hem, met veel angst, te verlaten. Ik kreeg mijn gevoel van vrijheid terug, droogde mijn tranen en rechtte mijn schouders weer. Ik zou me nooit meer door iemand laten onderdrukken. Ik had van mijn fouten geleerd. Ik wilde nooit meer een relatie die mij zou beletten de persoon te zijn die ik wilde zijn. Als ik ooit nog aan een relatie zou beginnen, zou diegene een aanvulling op mijn leven zijn, een verrijking, en zou respect en liefde voor elkaar de boventoon voeren.

Ik besloot dat mijn tranen niet de stapstenen zouden worden van mijn leven. Ik wilde weer gaan leven vanuit mijn hart. Leven vanuit je hart betekent leven in balans, positief zijn en liefde uitstralen. Ik wilde mijn eigen, unieke pad gaan volgen, en weer intens tevreden worden. Uiteindelijk heb ik hierdoor de liefde van mijn leven gevonden, zonder mijzelf hierdoor te verliezen.